Bemiddelingsverzoek BC Markt II 17.004

Sector: Welzijnssector

Trefwoorden Cao, standaardkarakter caokinderopvang

Kern van het geschil

Binnen de kinderopvang-organisatie is er een attentiebeleid. Onderdeel van dit attentiebeleid is een regeling inzake uitkeringen bij jubilea. Dit beleid houdt in dat een uitkering wordt verstrekt bij het respectievelijk 5, 10 en 15 jaar in dienst zijn van de organisatie. De bestuurder heeft dit beleid (per direct) geschrapt. Daarbij heeft zij als argument gegeven dat er in de van toepassing zijnde CAO Kinderopvang (hierna: CAO) een soortgelijke bepaling (artikel 6.3) staat (maar met andere jubileumtermijnen) en dat van deze CAO niet mag worden afgeweken. Ook niet in positieve zin. Naar de visie van de OR is dit niet correct en mag er wel in positieve zin worden afgeweken van de CAO. De OR is de mening toegedaan dat een beleid dat in samenspraak tussen OR en bestuurder tot stand is gekomen, niet eenzijdig door de bestuurder ingetrokken mag worden. Beide partijen hebben ter onderbouwing van hun standpunt extern juridisch advies ingewonnen. De adviezen van deze juristen spreken elkaar echter tegen.

Advies en overwegingen van de commissie

Aangezien ter zitting partijen aangaven vooral helderheid te willen omtrent het juridische aspect heeft de commissie zich beperkt tot het uitspreken van een oordeel/advies. De commissie wijst er op dat er twee soorten CAO’s zijn: de ‘standaard-CAO’ en de ‘minimum-CAO’. Van een standaard-CAO mag een werkgever op geen enkele wijze afwijken. Elke afwijkende regeling is nietig (zie artikel 12 Wet op de CAO). Van een minimum-CAO mag een werkgever wel afwijken, maar alleen als die afwijkende regeling ten voordele is van de medewerker(s). Ook uit literatuur en jurisprudentie blijkt duidelijk dat alle bepalingen die strijdig zijn met de CAO in dat geval onrechtmatig c.q. nietig zijn.

Gelet op het voorwoord van de CAO kan de bedrijfscommissie niet anders constateren dan dat er in dit geval sprake is van een standaard-CAO. De CAO bepaalt dat uitsluitend van CAO-bepalingen mag worden afgeweken, die expliciet vermelden dat er met instemming van OR/PVT van mag worden afgeweken. Artikel 6.3 van de CAO bevat niet een dergelijke bepaling en moet daarom onverkort worden toegepast. Zoals ook door de advocaat van de bestuurder is opgemerkt, betekent dit dat, gelet op het standaardkarakter van de (huidige) CAO, afwijkingen met betrekking tot uitkeringen bij jubilea niet zijn toegestaan. De nietigheid van met de CAO strijdige regelingen betekent in dit geval dat de betreffende bepalingen uit het attentiebeleid van rechtswege zijn komen te vervallen en daarmee niet meer bestaan. Dit betekent dat dat er geen sprake is van een voorgenomen besluit tot wijziging van een regeling maar van een mededeling van de bestuurder dat uitvoering wordt gegeven aan de CAO (omdat dit in het verleden op een verkeerde manier plaatsvond). Zo partijen dat al van mening zijn, kan er daarom ook geen sprake zijn van instemmingsrecht van de OR terzake het beëindigen van de huidige praktijk.

De bestuurder heeft ter zitting aangegeven op korte termijn te willen bezien wat de (met name financiële) consequenties zijn voor de organisatie nu zij voortaan de jubileumregeling uit de CAO zal toepassen. Daarbij is aangegeven dat, mochten er middelen vrijkomen, de bestuurder bereid is na te denken hoe deze op een andere manier ten behoeve van de werknemers kunnen worden besteed, een en ander binnen de spelregels van de wet en de CAO. De bedrijfscommissie adviseert de bestuurder de besluitvorming over het bestemmen van deze eventuele middelen in overleg met de OR te laten plaatsvinden.

De bedrijfscommissie constateert dat partijen niet van tevoren hebben overlegd welke juridische vraag zij ieder aan hun eigen deskundigen zouden voorleggen. Mogelijk is daardoor niet dezelfde vraag aan de door beide partijen ingeschakelde adviseurs voorgelegd en is dit een verklaring dat deze deskundigen tot tegenstrijdige conclusies kwamen. In toekomstige gevallen, waarbij behoefte bestaat aan een (juridisch) advies, wordt partijen geadviseerd om (zo mogelijk) gezamenlijk een vraagstelling te formuleren en die voor te leggen aan een of meerdere deskundigen. Eventuele geschilpunten kunnen dan in gezamenlijkheid (met ondersteuning van de ingeschakelde deskundigen) verder worden uitgepraat.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore