Bemiddelingsverzoek BC Markt I 18.005

SectorDienstverlening 

Trefwoorden: instelling OR, uitvoering medezeggenschap, gemeenschappelijke OR (GOR)

Kern van het geschil

In een groot bedrijf met meerdere bedrijfsonderdelen is geen OR ingesteld. Een werkneemster van een van de bedrijfsonderdelen, waar circa 70 mensen werken, verzoekt om instelling van een OR. Op de achtergrond speelt mee dat de functie van verzoekster volgens bestuurder is komen te vervallen. Bestuurder probeerde daarbij een vaststellingsovereenkomst te sluiten, hetgeen niet lukte en tot een arbeidsconflict tussen partijen leidde. Toen verzoekster geconfronteerd werd met het besluit van de bestuurder om te reorganiseren, vroeg ze zich af bij wie zij terecht kon met vragen hierover en waarom er geen OR is. Bestuurder is zich bewust van het feit dat er geen OR is ingesteld, ondanks het feit dat aan de wettelijke criteria voor instelling daarvan is voldaan.

Verslag van bevindingen en advies van de Bedrijfscommissie  

Tijdens de bemiddelingszitting constateert de bedrijfscommissie dat de medewerkers regelmatig door de bestuurder geïnformeerd worden. De WOR gaat echter een stuk verder dan het informeren van de medewerkers en geeft hen het recht om medezeggenschap uit te oefenen, waaronder het meebeslissen over belangrijke (bedrijfseconomische) besluiten.

De bestuurder wekt tijdens de zitting niet de indruk dit meerdere in medezeggenschap op grond van de WOR te willen onderkennen en te implementeren. Ondanks het feit dat het bedrijfsonderdeel meer dan 50 medewerkers heeft en er een OR zou moeten zijn, kiest bestuurder er voor geen OR in te stellen. De bestuurder lijkt voorkeur te geven aan zijn eigen wijze van invulling van medezeggenschap.

De bedrijfscommissie oordeelt dat er in de gegeven omstandigheden volgens art. 2 van de  WOR een OR moet worden ingesteld.

Daarbij adviseert de Bedrijfscommissie dat:

  1. Bestuurder en medewerkers beter bewust worden van de inhoud en de mogelijkheden op grond van de WOR, waarbij het niet alleen om de kennis gaat maar ook om de bewustwording bij medewerkers om actief aan de slag te gaan met onderwerpen die van belang zijn voor het goed functioneren van de onderneming in al haar doelstellingen. Tijdens de zitting suggereerde de bestuurder dat de hoogopgeleide medewerkers zelf goed genoeg in staat zijn om hun mening over belangrijke zaken binnen de onderneming te laten horen. Volgens de bedrijfscommissie geeft het hoog opgeleid zijn van medewerkers nog geen garantie dat zij hun mening over de gang van zaken in de onderneming uiten dan wel dat zij op voorhand kennis van de WOR hebben.
  2. Bestuurder en medewerkers zich meer verdiepen in het belang van goede medezeggenschap. Een groep gekozen medewerkers binnen een OR zal zich inzetten voor het collectieve belang van de onderneming en zich richten op beïnvloeding van het brede beleid. Als medewerkers binnen de onderneming betrokken zijn, inspraak hebben en over bepaalde onderwerpen mogen meebeslissen, dan creëert de bestuurder daarmee ook de mogelijkheid tot (constructieve) tegenspraak. Hiermee zorgt bestuurder ervoor dat zijn medewerkers niet alleen mee-weten en meepraten, maar ook kunnen meebeslissen.
  3. Bestuurder zijn uiterste best doet om op de kortst mogelijke termijn een OR in te stellen, hetgeen inhoudt dat de medewerkers in staat gesteld worden om tot een gekozen OR te komen.

Verder geeft de Bedrijfscommissie nog mee dat:

  • het in de praktijk vanaf een bepaalde omvang van de onderneming efficiënter, sneller en eenvoudiger blijkt om alle medewerkers te bereiken via een vertegenwoordigend orgaan. Deze behoefte ontstaat vaak bij een omvang van circa 30 medewerkers;
  • bestuurder tijdens de zitting aangaf dat naar verwachting de werkeenheid van verzoekster in de toekomst minder dan 50 medewerkers zal hebben. Maar dat betekent niet automatisch dat er geen OR meer verplicht is. Dat is namelijk afhankelijk van wat in de nieuwe situatie de onderneming in de zin van de WOR is waar de werkeenheid een onderdeel van uit maakt. Wanneer de werkeenheid van verzoekster in de nieuwe situatie als ‘de onderneming’ beschouwd moet worden, kan daar medezeggenschap op grond van de WOR georganiseerd worden. Wanneer bij de werkeenheid alsdan minder dan 50 personen werkzaam zijn kan een Personeelsvertegenwoordiging ingesteld worden;
  • het zorgwekkend te vinden dat er binnen het concern van het bedrijf rond de 900 mensen werken, en er met uitzondering van één bedrijfsonderdeel, geen OR is. Bij het organiseren van goede medezeggenschap in de ondernemingen is vooral de verbondenheid van de activiteiten binnen het concern belangrijk. Op grond van artikel 3 WOR kan een ondernemer die twee of meer ondernemingen in stand houdt, waarin tezamen in de regel tenminste 50 personen werkzaam zijn, een gemeenschappelijke OR instellen.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval. 

powered by sitecore