Bemiddelingsverzoek BC Markt II 18.003

SectorOnderwijs 

Trefwoorden: CAOvakantieregeling

Kern van het geschil

Kern van het geschil is een tussen OR en bestuurder overeengekomen vakantieregeling die laatstgenoemde wil wijzigen om beter aan te sluiten bij de huidige ontwikkelingen binnen de sector onderwijs en de geldende cao. De OR stemt daar echter niet mee in. Ter zitting blijkt dat het gevoerde beleid ten aanzien van het opnemen van vakantiedagen niet volledig duidelijk is. Beide partijen zien in dat ontwikkelingen in de markt van het mbo vragen om een flexibeler inrichting van het onderwijsaanbod. Gelet op deze gewijzigde omstandigheden adviseert de bedrijfscommissie partijen afspraken te maken, deze schriftelijk vast te leggen en te evalueren.

Verslag van de bedrijfscommissie

De bestuurder wil de vakantieregeling wijzigen zodat deze beter aansluit bij de huidige ontwikkelingen binnen de sector onderwijs. De bestuurder heeft behoefte aan meer flexibiliteit. Bovendien zou de nieuwe regeling beter moeten aansluiten bij de geldende collectieve arbeidsovereenkomst voor de mbo-sector (hierna: cao mbo). Een nieuwe vakantieregeling is voorgelegd aan de OR.

De OR heeft niet ingestemd met de wijziging van de regeling voor zover het het ondersteunend en beheerpersoneel (OBP) in het mbo en het vo betreft dat vóór 1 augustus 2018 reeds in dienst was op grond van een arbeidsovereenkomst. Na raadpleging van de achterban zou zijn gebleken dat deze medewerkers geen behoefte hebben aan een nieuwe vakantieregeling.

De OR en bestuurder verschillen van mening over de vraag of de cao-mbo een standaardkarakter heeft waar niet van mag worden afgeweken. Naar de visie van de OR is geen sprake van een standaard-cao en mag er wel in positieve zin af worden geweken van de cao. De bestuurder stelt dat de huidige vakantieregeling niet compliant is met de cao en op bepaalde onderdelen moet worden aangepast. Beide partijen hebben zich juridisch laten adviseren. De geconsulteerde juristen komen tot een verschillend oordeel over de juridische situatie.

De bedrijfscommissie heeft tijdens de zitting gevraagd wat partijen verwachten van de behandeling van dit geschil door de commissie. Partijen willen graag een juridisch advies. Zij verwachten dat dit helpt bij de uitleg naar de achterban en bestuurder en dat het helpt bij het met elkaar uit de impasse komen.

Advies en overwegingen van de bedrijfscommissie

Het geschil betreft vooral het OBP in het mbo. De commissie beperkt zich daarom tot deze groep.

Er zijn twee soorten cao’s: de ‘standaard-cao’ en de ‘minimum-cao’. Van een standaard-cao mag een werkgever op geen enkele wijze afwijken. Elke afwijkende regeling is nietig. Van een minimum-cao mag een werkgever wel afwijken, maar alleen als die afwijkende regeling ten voordele is van de medewerker(s). In het voorliggende geval volgt niet eenduidig uit de cao-mbo wat voor soort cao het betreft. Het is onder deze omstandigheden niet aan de bedrijfscommissie om aan te geven wat het karakter van de cao-mbo is. Dat is voorbehouden aan de interpretatiecommissie(s) van de cao zelf.

Ondanks dat de bedrijfscommissie zich niet kan uitspreken over het standaardkarakter van de cao kan zij partijen wel haar advies meegeven.

Tijdens de bemiddelingszitting is de bedrijfscommissie gebleken dat bestuurder niet volledig duidelijk is over de vraag welk beleid hij voert ten aanzien van het opnemen van vakantiedagen. Hierdoor wordt echter het antwoord op de vraag of in een bepaald geval het behoud van compensatiedagen gerechtvaardigd is, bemoeilijkt, omdat dit samenhangt met het antwoord op de vraag welk beleid de werkgever voert ten aanzien van het opnemen van vakantiedagen. De bedrijfscommissie beveelt bestuurder aan om het beleid ten aanzien van het opnemen van vakantiedagen wel helder aan te geven.

Verder is tijdens de zitting gebleken dat zowel bestuurder als OR zien dat de ontwikkelingen in de markt van het mbo vragen om het onderwijsaanbod flexibeler in te richten. Bovendien is  gebleken dat bestuurder al een begin heeft gemaakt met het inspelen op deze nieuwe ontwikkelingen. Een project en pilot voor onderwijs in de zomervakantie zijn in dit kader al gaande. De nieuwe vakantieregeling, die met instemming van de OR is vastgesteld voor het overige personeel, biedt mogelijkheden voor de flexibelere inzet van personeel en ook voor het flexibeler opnemen van vakantiedagen. De verwachting is dat in de toekomst het aanbod van werk in de schoolvakanties zal toenemen.

Uit deze ontwikkelingen volgt dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden. Er zijn bedrijfseconomische redenen om de vakantieregeling aan te passen. Voor een deel van het personeel is dat al gebeurd. Maar niet voor het OBP dat vóór 1 augustus 2018 reeds bij werkgever in dienst was op grond van een arbeidsovereenkomst. Voor hen geldt enerzijds dat zorgvuldig omgegaan moet worden met verworven rechten. Anderzijds zal het OBP gezien de gewijzigde omstandigheden niet tot in het oneindige recht kunnen doen gelden op de eerder verworven rechten (waaronder de compensatiedagen). Wordt de vakantieregeling aangepast dan ligt het in de rede daarbij een redelijke regeling te treffen ten aanzien van de afbouw van de eerder verworven rechten.

De bedrijfscommissie adviseert partijen te komen tot afspraken, deze te formaliseren en schriftelijk vast te leggen. Daarbij adviseert de commissie ook de intentie bij de gemaakte afspraken vast te leggen en evaluatiemomenten af te spreken. Op deze evaluatiemomenten kunnen partijen kijken hoe de regeling in de praktijk uitpakt en of dat aanleiding geeft tot aanpassing van de regeling. De bedrijfscommissie hoopt dat dit helpt bij de uitleg naar de achterban en dat het helpt bij het met elkaar uit de impasse komen.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore