Bemiddelingsverzoek BC Markt II 18.004

SectorZorg 

Trefwoorden: onderlinge verhoudingen, passeren OR, vertrouwen

Kern van het geschil

De OR die al jaren conflicten heeft met diverse bestuurders, voelt zich continu gepasseerd bij diverse instemmings- en adviesplichtige voorgenomen besluiten en voor wat betreft het recht op informatie. Daarnaast vindt de OR dat hij frequent niet in staat wordt gesteld om de medezeggenschap volgens de WOR uit te oefenen. En in de situaties dat de OR wel in staat wordt gesteld medezeggenschap uit te voeren, komt de bestuurder de afspraken vaak niet na. De bestuurder geeft aan dat hij er van alles aan heeft gedaan om de relatie met de OR met inachtneming van de WOR, vorm en inhoud te geven. De kern van zijn verhaal is dat hij zich continu inspant om de verhoudingen met de OR te verbeteren. Zo is onder andere het volgende al geprobeerd: mediation, ondernemingsovereenkomsten en een motie van wantrouwen. Naar aanleiding van de motie van wantrouwen is een onafhankelijk onderzoek gestart. Een van de maatregelen die naar aanleiding van het onderzoek is genomen is de aanstelling van een externe voorzitter bij de overlegvergaderingen. De OR stelt dat de vergaderingen procedureel gezien verbeterd zijn, maar dat hij zich inhoudelijk gezien nog steeds gepasseerd voelt.

Verslag van bevindingen en advies van de Bedrijfscommissie

Bij de bemiddelingszitting is het de bedrijfscommissie gebleken dat beide partijen zich betrokken voelen bij de organisatie en dat ze veel werk maken van medezeggenschap. De commissie heeft ter zitting aangegeven dat zij geen juridisch oordeel zal geven met betrekking tot de vraag of de medezeggenschap volgens de WOR goed wordt nageleefd. De bedrijfscommissie constateert dat een dergelijk oordeel naar verwachting niet zal bijdragen aan een constructieve oplossing van het geschil tussen partijen. De bemiddelingszitting is benut om te onderzoeken wat partijen van elkaar verwachten en wat zij anders kunnen doen in de samenwerking om tot een duurzame oplossing van het geschil te komen. De bedrijfscommissie heeft in dit kader partijen adviezen gegeven en aanbevelingen gedaan, die hopelijk leiden tot een betere samenwerking en wederzijds begrip. De adviezen luiden:

  • om een gestructureerd informeel overleg te organiseren, met duidelijke regels over de gang van zaken bij dit overleg;
  • om daarnaast ook een ‘benen-op-tafel-overleg’ te organiseren waarbij de OR en bestuurder in gesprek gaan over wat er in algemene zin speelt binnen de organisatie en waar men tegenaan loopt;
  • om een gezamenlijke training te volgen, waarbij een belangrijk onderwerp kan zijn hoe de WOR moet worden toegepast. Het gezamenlijk volgen van een training kan onderlinge onduidelijkheid voorkomen en bijdragen aan een gedeelde visie op de invulling van medezeggenschap;
  • om een draaiboek te maken voor de handelwijze bij advies- en instemmingstrajecten. Op deze manier weten partijen beter waar ze aan toe zijn en wat ze onderling van elkaar kunnen verwachten. Partijen kunnen een door beiden gedragen adviseur een periode mee laten kijken om te monitoren of de medezeggenschap conform de WOR wordt toegepast;
  • aan de bestuurder om terughoudend te zijn met het uitvoeren van pilots. Het gebruik van pilots kan tot onduidelijkheid leiden ten aanzien van de rol van de OR. Met name bij veelvuldig gebruik van pilots bij wijzigingen en vernieuwingen binnen de organisatie;
  • aan de OR om achterbanraadplegingen te organiseren. En beveelt aan deze raadplegingen formeel te regelen. Op deze wijze wordt het draagvlak van de OR vergroot;
  • om te werken in onderdeelcommissies binnen de OR. Dit kan de werkdruk verlichten en houdt de OR tegelijk meer betrokken bij de achterban;
  • aan partijen om de naleving van de onderlinge afspraken te evalueren, mogelijk met ondersteuning van een onafhankelijke coach, dan wel adviseur.

Tot slot benadrukt de bedrijfscommissie de noodzaak dat partijen elkaar gewicht toekennen en ruimte gunnen. Daarnaast beveelt de bedrijfscommissie aan om in de onderlinge samenwerking te werken aan het wij-gevoel binnen de organisatie in plaats van het hij/zij gevoel. Partijen zijn binnen de organisatie samen verantwoordelijk voor een goede uitvoering van de medezeggenschap.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore