Bemiddelingsverzoek BC Markt II 18.005

SectorZorg 

Trefwoordensamenwerking OR-bestuurder, uitvoering medezeggenschap, uren OR-werkzaamhedenvertrouwen

Kern van het geschil

De OR en bestuurder zijn verdeeld over de manier waarop OR-werk moet worden gecompenseerd. De bestuurder heeft voorgesteld om OR-werk te compenseren met een ’’tijd voor tijd’’ regeling. De OR vindt dat OR werk binnen de contractuele werktijd moet plaatsvinden. Bestuurder kan zich niet vinden in de wens van de OR om aan OR werk bestede tijd naast de contractuele uren te laten uitbetalen. De OR geeft aan dat het bedrijf pas sinds relatief kort een OR heeft. Zowel de OR als de bestuurder zijn onervaren op medezeggenschapsgebied en zijn nog op zoek naar kennis en ervaring. De OR is van mening dat bestuurder juridisch onjuiste standpunten inneemt en verzoekt om bemiddeling en advies van de bedrijfscommissie ten aanzien van een aantal meningsverschillen inzake de juiste toepassing van het bepaalde in de Wet op de Ondernemingsraden (hierna: WOR). Deze meningsverschillen betreffen, naast het hierboven genoemde geschil over het al dan niet doorbetalen van salaris over uren besteed aan OR-werk: het vaststellen van het aantal uren die beschikbaar moeten zijn voor het ondernemingsraadswerk, het betalen en vergoeden van kosten voor de inschakeling van deskundigen en het voeren van rechtsgedingen, het volgen van scholing en het ter beschikking stellen van faciliteiten. In ruime zin vraagt de OR bemiddeling en advies inzake het uitvoeren van het medezeggenschapswerk.

Bemiddelingszitting

Bij aanvang van de zitting heeft de bedrijfscommissie beide partijen naar hun verwachtingen ten opzichte van de bedrijfscommissie gevraagd. De bestuurder geeft aan dat bemiddeling tussen partijen in deze zaak voorop zou moeten staan. De insteek is dat partijen met elkaar in gesprek gaan. De bestuurder wil graag weer verder met de ondernemingsraad, maar de huidige discussie over de vraag of de besteding aan OR-werk in loon of in tijd mag worden vergoed, staat daaraan in de weg.
De OR geeft aan dat het voelt als eenrichtingsverkeer en geen medezeggenschap. De OR ervaart dat zijn rechten worden geschonden. Om deze reden heeft de OR externe deskundigheid ingeschakeld, ter ondersteuning van zijn positie. De discussies met de bestuurder worden afgekapt en er is geen sprake van overleg. De OR heeft vragen gesteld over de manier waarop het aantal uren besteed aan OR-werk wordt ingevuld, maar op deze vragen komen geen antwoorden. De OR verwacht van de bedrijfscommissie duidelijkheid te verkrijgen over de rol van de OR.

Verslag van bevindingen en advies van de Bedrijfscommissie

Het is de bedrijfscommissie gebleken dat de OR en bestuurder veel kennis missen op het gebied van medezeggenschap. Partijen hebben nog geen constructieve manier van samenwerken gevonden waarin zij uitvoering geven aan de medezeggenschap conform de WOR. Daarbij speelt mee dat partijen nog geen duidelijke afspraken hebben gemaakt over de werkwijze en overlegstructuur. Dit alles brengt met zich mee dat er wederzijds wantrouwen en onbegrip is ontstaan. Ook ontbreekt het aan een duidelijke gezamenlijke visie. De commissie geeft advies over de manieren waarop partijen beter kunnen samenwerken en duidelijke afspraken kunnen maken.
De adviezen van de bedrijfscommissie luiden als volgt:

  • partijen wordt aangeraden de onderlinge relatie uit de juridische sfeer te halen. De commissie acht de grootste kans op verbetering van de relatie aanwezig als in eerste instantie de bestuurder en de voorzitter van de OR hierover in gesprek gaan, zonder advocaten maar onder begeleiding van een gezamenlijk gekozen coach waarin zowel de bestuurder als de OR vertrouwen heeft. Deze coach kan ook een belangrijke rol worden gegeven in het verdere proces om de samenwerkingsrelatie tussen bestuurder en OR te verbeteren;
  • geconstateerd is dat partijen geen gezamenlijke visie hebben over wat OR-werk precies inhoudt en hoe zij gezamenlijk medezeggenschap gaan vormgeven. De commissie adviseert partijen de ontwikkeling van een dergelijke visie voortvarend ter hand te nemen. Ook hierbij kan de bovengenoemde coach een belangrijke rol vervullen. Daarnaast kan scholing bijdragen aan het ontwikkelen van een duidelijke en gedeelde visie ten aanzien van de medezeggenschap;
  • een aantal van de gerezen problemen in de relatie tussen bestuurder en OR is voortgevloeid uit het gebrek aan kennis over de Wet op de ondernemingsraden en de overige facetten van medezeggenschap bij partijen. De bedrijfscommissie adviseert de bestuurder en de OR daarom scholing te volgen en dit gezamenlijk te doen, zodat zij over dezelfde informatie beschikken;
  • geconstateerd is dat er op enig moment consensus bestond over het aantal aan OR-werk te besteden uren. De OR heeft voorgesteld om op jaarbasis 181 uren aan OR-werk te besteden, waarmee de bestuurder destijds akkoord is gegaan. De bedrijfscommissie adviseert om voorlopig van dit aantal uren uit te gaan. Mocht blijken dat de OR aan dit aantal uren niet genoeg heeft, dan zullen partijen daarover in overleg moeten treden. Het kan behulpzaam zijn om daarbij een moment in te plannen waarop partijen evalueren hoe het OR-werk over een bepaalde periode is gegaan en of er mogelijk behoefte bestaat aan de uitbreiding van het aantal uren voor het OR-werk;
  • aan de OR wordt meegegeven dat het OR-werk primair onder werktijd valt. Het is van belang om daar rekening mee te houden in de planning van de overige werkzaamheden. Het is de verantwoordelijkheid van de organisatie om de planning zo in te richten dat er ruimte is voor het OR-werk voor de OR-leden. Het maken van duidelijke afspraken over de overlegstructuur en het aantal vergaderingen dat zal plaatsvinden kan daarbij helpen. Als dit van tevoren duidelijk is vastgelegd, kan daarmee in de planning rekening worden gehouden en kan tijdig vervanging worden geregeld voor de OR-leden wanneer zij door OR-werk hun zorgwerkzaamheden niet kunnen uitvoeren;
  • niet gebleken is dat de kosten die in deze zaak zijn gemaakt met betrekking tot het inhuren van deskundigen buitensporig zijn. De kosten vallen binnen het wettelijk raamwerk. De bedrijfscommissie merkt daarbij op dat als de OR eenmaal goed functioneert en de relatie tussen partijen goed is opgebouwd er op den duur minder kosten hoeven te worden gemaakt om externe deskundigen in te schakelen. Dit hangt ook samen met het volgen van scholing waardoor partijen zelf de kennis in huis halen.

Volgens de bedrijfscommissie heeft het wegnemen van het wederzijdse wantrouwen en het investeren in de relatie tussen bestuurder en OR de prioriteit.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore