Bemiddelingsverzoek BC Markt I 18.006

Sector: Metaal en Techniek

Trefwoorden: Arbeidstijdenregeling, instemmingsrechtpersoneelsvertegenwoordiging (PVT)

Kern van het geschil

De Personeelsvertegenwoordiging (PVT) van een bedrijf in de sector metaal en techniek, dient een bemiddelingsverzoek in. De bestuurder wil naast het in het bedrijf bestaande Arbeidsduurverkorting-systeem (ADV) een tweede afwijkend ADV-systeem invoeren. In de nieuwe regeling krijgen de werknemers onder andere meer vrije dagen, wordt de werkdag 15 minuten per dag korter en wijzigt de aanvangswerktijd. Verzoekster is van mening dat voor wijziging van de ADV-regeling en voor wijziging van de werktijd instemming en/of overleg met de PVT nodig is.
Bestuurder stelt dat sprake is van een project waarbij vanaf een bepaalde datum werknemers op vrijwillige en individuele basis naast de huidige bestaande ADV-regeling kunnen kiezen voor de nieuwe ADV-regeling. Bestuurder stelt dat in de vrijwillige periode (nog) geen instemming van de PVT vereist is. Verder geeft bestuurder aan dat zodra er voor gekozen wordt de nieuwe ADV-regeling collectief in te voeren, de wijziging van de ADV-regeling aan de PVT ter instemming zal worden voorgelegd.

Bemiddelingszitting

Tijdens de bemiddelingszitting lichten partijen hun punten nader toe en worden diverse vragen van de geschillencommissie beantwoord. Daarbij blijkt het volgende:

  • Verzoekster voelt zich niet gekend in het proces van aanpassing van de werktijden en de vakbonden onderschrijven het standpunt van verzoekster. De bestuurder wil niet met de vakbonden praten en heeft geen vertrouwen meer in de PVT. De standpunten staan lijnrecht tegen over elkaar en zonder bemiddeling lijkt daar geen beweging in mogelijk.
  • Bestuurder stelt dat op een eerder moment met verzoekster overeenstemming is bereikt over een vijf-stappenplan naar aanleiding van een door bestuurder aan de PVT en het personeel gezonden open brief. In dit vijf-stappenplan is de wijze en tijdsvolgorde vastgelegd van invoering van de nieuwe ADV-regeling. Verzoekster heeft daarna schriftelijk aangegeven dat er geen overeenstemming over het stappenplan bestaat, waarna een impasse is ontstaan. Daardoor ziet bestuurder geen ruimte voor nader overleg met verzoekster. Bestuurder hoopt met bemiddeling uit de ontstane impasse te komen.
  • Verzoekster vindt dat zij de nietigheid van het besluit van bestuurder “dat de nieuwe ADV-regeling er is en niet meer weggaat” tijdig heeft ingeroepen. Volgens verzoekster bestond met bestuurder slechts overeenstemming over het onder het personeel houden van een enquête. Verzoekster kon zich niet vinden in de tekst van de door bestuurder opgestelde enquête en heeft zelf haar achterban geraadpleegd. Uit deze raadpleging blijkt dat een ruime meerderheid van het personeel zich niet kan vinden in wijziging van de bestaande ADV- en werktijdenregeling.
  • Bestuurder en verzoekster verschillen dus van mening over het al dan niet bestaan van overeenstemming over het stappenplan.
  • De bedrijfscommissie geeft aan dat haar taak is het bemiddelen en onderzoeken of er in goed overleg een voor beide partijen acceptabele oplossing gevonden kan worden voor de voorgelegde problematiek. Het is niet de taak van de commissie om een juridisch bindend oordeel te geven. Partijen geven daarop aan dat ze streven naar een goede oplossing voor de toekomst en daarom open staan voor bemiddeling.
  • Tijdens de zitting verkent de bedrijfscommissie in hoeverre er voor beide partijen acceptabele alternatieven mogelijk zijn voor de door bestuurder beoogde regeling. Hierbij komen verschillende alternatieven aan de orde. Verzoekster geeft aan open te staan voor verder overleg over mogelijke andere alternatieven dan het door haar eerder voorgestelde compromis. De bestuurder geeft meermaals aan niet verder te willen gaan dan de door hem beoogde regeling. Volgens bestuurder heeft hij alle alternatieven zorgvuldig afgewogen en heeft de door hem beoogde regeling voor hem al het karakter van een compromis. Hij ziet geen ruimte voor overleg over andere alternatieve oplossingen. Binnen het tijdsbestek van de bemiddelingszitting blijkt het niet mogelijk om te komen tot een voor beide partijen aanvaardbaar en werkbaar compromis.

Verslag van bevindingen en advies van de Bedrijfscommissie

De bedrijfscommissie merkt op dat het erop lijkt dat de bestuurder bij aanvang van het voornemen om te komen tot aanpassing van de bestaande werktijden- en ADV-regeling niet de volgens de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) voorgeschreven volgorde heeft gevolgd. Dit door een begin te maken met de uitvoering van een eenzijdig gewijzigde werktijden- en ADV-regeling voorafgaande aan het overleg met verzoekster. De bedrijfscommissie adviseert partijen er rekening mee te houden dat de wijziging van een werktijdenregeling volgens artikel 18a van de geldende cao Metaal & Techniek in overleg met het medezeggenschapsorgaan dient plaats te vinden en tevens op grond van artikel 35c lid 4 WOR instemmingsplichtig is.
De bedrijfscommissie geeft partijen mee om, zo nodig onder leiding van een onafhankelijke derde, in een gezamenlijke dialoog naar een oplossing en herstel van het vertrouwen te zoeken. Een dialoog levert partijen naar verwachting meer op dan juridische strijd. Ten slotte constateert de bedrijfscommissie dat zowel verzoekster als bestuurder hetzelfde doel voor ogen hebben, namelijk een goed functionerende organisatie met een door de medewerkers gedragen ADV- en werktijdenregeling.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore