Trefwoord: Adviesrecht

Bemiddelingsverzoek BC Markt II 17.003 (sector: zorg)
Het geschil heeft betrekking op het adviesrecht bij de benoeming van een bestuurder. De RvT heeft bij besluit een nieuwe bestuurder benoemd. De OR geeft aan met betrekking tot deze benoeming niet formeel om advies te zijn gevraagd, terwijl dat conform het bepaalde in artikel 30 van de WOR wel had moeten gebeuren. De RvT geeft aan te goeder trouw te hebben gehandeld door in de selectieprocedure leden van de OR te betrekken. Daarbij geeft de RvT aan dat leden van de OR zitting hebben gehad in de adviescommissie en dat – bij email van de voorzitter van de OR – de OR daarmee heeft afgezien van het formele adviesrecht op grond van artikel 30 van de WOR.

Bemiddelingsverzoek BC Markt I 17.004 (sector: dienstverlening)
Aanleiding van dit geschil betreft de vergoeding van de kosten van de door de personeelsvertegenwoordiging (PVT) ingeschakelde juridische bijstand (advocaat). De PVT hoopt dat de bemiddeling ertoe leidt dat de kosten voor die bijstand alsnog door de bestuurder worden voldaan. De bestuurder wenst deze kosten niet te betalen omdat het hem voorafgaande aan de inschakeling van de deskundige niet duidelijk was dat het om juridische bijstand zou gaan. Hij dacht te maken te hebben met de kosten van een externe pensioendeskundige en niet die van een advocaat. Hij voelt zich daardoor op het verkeerde been gezet. Hoewel aanvankelijk ook nog andere zaken waren aangedragen, beperkt de bemiddeling door de bedrijfscommissie zich op verzoek van partijen slechts tot de nog onbetaalde rekening van de ingeschakelde advocaat.

Bemiddelingverzoek BC Markt II 16.003 (sector: onderwijs) 
In een stichting binnen het onderwijs wordt het sturingsmodel gewijzigd. De wijzigingen houden in dat de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden worden verlegd van het College van Bestuur (CvB) naar de directie, die bestaat uit een viertal regiodirecteuren. Het CvB zal uitsluitend nog een kaderstellende rol vervullen. De bevoegdheden van de directie worden geregeld in een bestuursreglement, waarin wordt geregeld dat een of meerdere van de directeuren in het vervolg zal/zullen fungeren als bestuurder in de zin van de WOR, in plaats van het CvB. Deze nieuwe bestuurder zal de gesprekspartner zijn van de OR. Het CvB blijft wel in beeld als formele gesprekspartner van de OR in de zin van de WOR, indien het aangelegenheden betreft die het CvB als bevoegdheden aan zichzelf heeft voorbehouden. Op deze wijze is het CvB van oordeel dat optimaal recht wordt gedaan aan de medezeggenschapsmogelijkheden voor de OR. De OR heeft twijfels over de legitimiteit van het voorgenomen besluit, dat ertoe kan leiden dat de OR voor verschillende onderwerpen met verschillende bestuurders te maken kan krijgen. Voorts is de OR niet om advies gevraagd in de procedure van benoeming van de directeuren/bestuurders. Om die reden heeft de OR niet ingestemd met het voorgenomen besluit. De bedrijfscommissie wordt gevraagd een oordeel uit te spreken over de kwestie. In het gezamenlijke verzoekschrift spreken partijen uit zich te zullen conformeren aan dat oordeel.

Bemiddelingverzoek BC Markt I 16.001 (sector: bouwnijverheid)
Twee zusterafdelingen, die op twee ver uit elkaar gelegen locaties in het land zijn gevestigd, worden samengevoegd, waardoor op één van de locaties de werkzaamheden worden beëindigd. Twee betrokken medewerkers wordt op de nieuwe locatie een werkplek aangeboden, maar zij weigeren dit en verliezen als gevolg daarvan hun baan. Aan de orde is de vraag of de OR ter zake adviesrecht toekomt. De OR is van oordeel dat er ten onrechte geen advies is gevraagd. Voor een eerdere wijziging van de organisatiestructuur had de bestuurder namelijk wel advies gevraagd. Daarbij is toen ook over deze afdelingen geadviseerd. De bestuurder is daarentegen van mening dat het geen belangrijke wijziging in de organisatie van de onderneming betreft, zoals bedoeld in artikel 25, eerste lid onderdeel e, van de WOR. Het besluit heeft slechts gevolgen voor twee van de ruim 600 medewerkers van het bedrijf. Dat eind 2014 wel advies is gevraagd was omdat het toen een veel bredere organisatiewijziging betrof waar deze afdelingen slechts een onderdeel van uitmaakten.

Bemiddelingsverzoek BC Markt II 13.025 (sector: onderwijs)
De OR en de bestuurder verschillen van mening over de vraag of het instellen van nieuwe functies of het aanpassen van bestaande functies en/of de beloning van deze functies ter instemming moet worden voorgelegd aan de OR.

Bemiddelingsadvies BC Markt II 12.019 (sector: dienstverlening)
Het geschil betreft de vraag of sprake is van een reorganisatie in de zin van de WOR. Aanleiding voor het geschil is het stopzetten van een van de projecten van de organisatie (door een externe opdrachtgever) waardoor de bestuurder zich genoodzaakt ziet een aantal werknemers te ontslaan. De OR is van mening dat er sprake is van een reorganisatie en heeft bestuurder erop gewezen dat er in dat geval een reorganisatieplan dient te worden opgesteld dat aan de OR moet worden voorgelegd voor advies. Naar de mening van de bestuurder is er geen sprake van een reorganisatie en daarom ook niet van een adviesplichtige situatie. Bestuurder beroept zich er op dat de betreffende situatie volgens de van toepassing zijnde cao geen reorganisatie is en dat het niet de organisatie zelf is, maar een andere organisatie die het besluit (stopzetten van het project) heeft genomen.

Bemiddelingsadvies BC Markt II 12.005 (sector: welzijn)
De bestuurder heeft in het kader van een reorganisatie eenzijdig een sociaal plan vastgesteld voor de periode van 1 januari 2012 tot 1 januari 2013, nadat de onderhandelingen hierover met de vakbonden waren vastgelopen. De OR is pas achteraf over het vastgestelde plan geïnformeerd. Het geschil ging aanvankelijk over de vraag of de OR instemmingsrecht toekwam. Maar gedurende de bemiddeling wijzigde dit in een beroep door de OR op het adviesrecht. De OR stelde daarbij dat de bestuurder het sociaal plan niet als onderdeel van
de adviesaanvraag over de reorganisatie had bijgevoegd en dat hij daardoor geen advies meer heeft kunnen uitbrengen over het sociaal plan en hier geen wezenlijke invloed op heeft kunnen uitoefenen.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 11.016 (sector: dienstverlening)
Het geschil spitst zich toe op de beantwoording van de vraag of aan de ondernemingsraad het wettelijke adviesrecht ex artikel 25, eerste lid, onder b en/of h WOR toekomt ten aanzien van besluiten waarbij een deel van het productieproces wordt uitbesteed.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 11.014 (sector: financiële dienstverlening)
De ondernemingsraad vraagt de bedrijfscommissie een antwoord te geven op de vraag of de OR adviesrecht toekomt ten aanzien van (de) eventuele overname(s) door het bedrijf van andere, buitenlandse bedrijven.

Bemiddelingsadvies BC Martk II 11.013 (sector: welzijn) 
Het geschil betreft een adviesplichtig besluit waarbij het advies van de OR niet is afgewacht.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 11.012 (sector: logistieke dienstverlening)
Verzoeker, een werknemer van de onderneming, stelt dat de bestuurder op grond van artikel 2 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) verplicht is om een OR in te stellen, aangezien de onderneming meer dan 300 werknemers heeft.

Bemiddelingsadvies BC Markt II 11.006 (sector: zorg) 
Probleem in het besluitvormingsproces ten gevolge van onduidelijkheid over de rolverdeling tussen bestuurder en OR bij uitwerking van advies- en instemmingsplichtige besluiten.

Bemiddelingsadvies BC Martk I 11.005 (sector: grootmetaal) 
De bestuurder wil vanwege achterstallig onderhoud binnen een bedrijfsonderdeel een 2-ploegendienst inzetten voor de duur van 27 maanden. Naast vaste werknemers zullen hiervoor ingeleende werknemers worden ingezet.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 10.005 (sector: dienstverlening)
Twee ondernemingsraden worden na een fusie geïntegreerd. De OR’en stellen dat de WOR niet goed is nageleefd omtrent het ontslag van een bestuurder.

powered by sitecore