Trefwoord: Bestuurder

Bemiddelingverzoek BC Markt II 16.003 (sector: onderwijs)
In een stichting binnen het onderwijs wordt het sturingsmodel gewijzigd. De wijzigingen houden in dat de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden worden verlegd van het College van Bestuur (CvB) naar de directie, die bestaat uit een viertal regiodirecteuren. Het CvB zal uitsluitend nog een kaderstellende rol vervullen. De bevoegdheden van de directie worden geregeld in een bestuursreglement, waarin wordt geregeld dat een of meerdere van de directeuren in het vervolg zal/zullen fungeren als bestuurder in de zin van de WOR, in plaats van het CvB. Deze nieuwe bestuurder zal de gesprekspartner zijn van de OR. Het CvB blijft wel in beeld als formele gesprekspartner van de OR in de zin van de WOR, indien het aangelegenheden betreft die het CvB als bevoegdheden aan zichzelf heeft voorbehouden. Op deze wijze is het CvB van oordeel dat optimaal recht wordt gedaan aan de medezeggenschapsmogelijkheden voor de OR. De OR heeft twijfels over de legitimiteit van het voorgenomen besluit, dat ertoe kan leiden dat de OR voor verschillende onderwerpen met verschillende bestuurders te maken kan krijgen. Voorts is de OR niet om advies gevraagd in de procedure van benoeming van de directeuren/bestuurders. Om die reden heeft de OR niet ingestemd met het voorgenomen besluit. De bedrijfscommissie wordt gevraagd een oordeel uit te spreken over de kwestie. In het gezamenlijke verzoekschrift spreken partijen uit zich te zullen conformeren aan dat oordeel.

powered by sitecore