Trefwoord: PVT

Bemiddelingverzoek BC MI 15.007 (sector: veehouderij) 
De bestuurder, een ondernemer in de veehouderij, wil de werktijden aanpassen, met als gevolg dat de medewerkers minder ADV-uren opbouwen. Partijen vragen de bedrijfscommissie een uitspraak te doen over de vraag of de personeelsvertegenwoordiging (PVT) in deze kwestie wel of niet instemmingsrecht heeft. De geldende CAO biedt ruimte aan een bedrijf om werktijden vast te stellen die afwijken van de CAO. Dat is in het verleden ook gebeurd. Afgesproken is toen dat de werktijd 37,5 uur per week zouden bedragen. Ervan uitgaande dat het werk aanvangt om 7.30 uur en er 50 minuten pauze is, betekent dit dat het werk van medewerkers dagelijks om 15.50 uur zou moeten eindigen. Omdat de werkgever dat destijds onwenselijk vond is toen de afspraak gemaakt dat de medewerkers tot 16.10 uur werken en dat de aldus extra op te bouwen tijd (20 minuten) dient te worden beschouwd als ADV-uren, die twee of drie wekelijks kunnen worden opgenomen. Thans wil de werkgever de werktijden laten eindigen om 16.00 uur, waardoor de opbouw van ADV-uren wordt gehalveerd. De PVT stelt zich op het standpunt instemmingsrecht te hebben. Partijen vragen in deze kwestie geen bemiddeling maar een oordeel van de bedrijfscommissie.

Bemiddelingsadvies BC M I 12.024 (sector: financiële dienstverlening)
Het gaat in deze kwestie om een assurantiekantoor waarvan de PVT van deze organisatie (met drie vestigingen) van mening is dat in de ondernemingen een OR moet worden opgericht op grond van artikel 3 WOR. Volgens de PVT zijn er in totaal inmiddels meer dan 70 mensen werkzaam. Daarbij gaat de PVT ervan uit dat de twee BV’s en één CV van de organisatie samen één onderneming vormen in de zin van de WOR. Naar de mening van bestuurder is er in formele zin geen sprake van één onderneming in de zin van de WOR.

Bemiddelingsadvies BC M II 12.012 (sector: welzijn)
Een particuliere instelling voor geestelijke zorgverlening heeft een PVT. Sinds de cao-GGZ algemeen verbindend is verklaard tracht de PVT zich om te vormen tot een OR. In de cao is bepaald dat de instellingsgrens voor een OR op 35 werknemers ligt. Bij de organisatie werken momenteel 37 werknemers en de organisatie valt alleen onder de cao in de perioden dat deze algemeen verbindend is verklaard. De bestuurder stelt dat er minder dan 35 mensen werkzaam zijn bij de organisatie nu een aantal medewerkers werkzaam is op basis van een leer-arbeidsovereenkomst en daarom niet meetelt als in de onderneming werkzame personen als bedoeld in de WOR.

powered by sitecore