Trefwoord: Reorganisatie

Bemiddelingverzoek BC Markt II 16.003 (sector: onderwijs) 
In een stichting binnen het onderwijs wordt het sturingsmodel gewijzigd. De wijzigingen houden in dat de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden worden verlegd van het College van Bestuur (CvB) naar de directie, die bestaat uit een viertal regiodirecteuren. Het CvB zal uitsluitend nog een kaderstellende rol vervullen. De bevoegdheden van de directie worden geregeld in een bestuursreglement, waarin wordt geregeld dat een of meerdere van de directeuren in het vervolg zal/zullen fungeren als bestuurder in de zin van de WOR, in plaats van het CvB. Deze nieuwe bestuurder zal de gesprekspartner zijn van de OR. Het CvB blijft wel in beeld als formele gesprekspartner van de OR in de zin van de WOR, indien het aangelegenheden betreft die het CvB als bevoegdheden aan zichzelf heeft voorbehouden. Op deze wijze is het CvB van oordeel dat optimaal recht wordt gedaan aan de medezeggenschapsmogelijkheden voor de OR. De OR heeft twijfels over de legitimiteit van het voorgenomen besluit, dat ertoe kan leiden dat de OR voor verschillende onderwerpen met verschillende bestuurders te maken kan krijgen. Voorts is de OR niet om advies gevraagd in de procedure van benoeming van de directeuren/bestuurders. Om die reden heeft de OR niet ingestemd met het voorgenomen besluit. De bedrijfscommissie wordt gevraagd een oordeel uit te spreken over de kwestie. In het gezamenlijke verzoekschrift spreken partijen uit zich te zullen conformeren aan dat oordeel.

Bemiddelingverzoek BC Markt I 16.001 (sector: bouwnijverheid) 
Twee zusterafdelingen, die op twee ver uit elkaar gelegen locaties in het land zijn gevestigd, worden samengevoegd, waardoor op één van de locaties de werkzaamheden worden beëindigd. Twee betrokken medewerkers wordt op de nieuwe locatie een werkplek aangeboden, maar zij weigeren dit en verliezen als gevolg daarvan hun baan. Aan de orde is de vraag of de OR ter zake adviesrecht toekomt. De OR is van oordeel dat er ten onrechte geen advies is gevraagd. Voor een eerdere wijziging van de organisatiestructuur had de bestuurder namelijk wel advies gevraagd. Daarbij is toen ook over deze afdelingen geadviseerd. De bestuurder is daarentegen van mening dat het geen belangrijke wijziging in de organisatie van de onderneming betreft, zoals bedoeld in artikel 25, eerste lid onderdeel e, van de WOR. Het besluit heeft slechts gevolgen voor twee van de ruim 600 medewerkers van het bedrijf. Dat eind 2014 wel advies is gevraagd was omdat het toen een veel bredere organisatiewijziging betrof waar deze afdelingen slechts een onderdeel van uitmaakten.

Bemiddelingverzoek BC Markt II 15.001 (sector: zorg) 
Een betrokken vakbond heeft bezwaar tegen de keuze van de OR van een zorginstelling om geen verkiezing uit te schrijven. De beoogde verlenging van de OR-zittingstermijn met (maximaal) 18 maanden, die wordt ingegeven door de aankomende samenwerking met een andere zorginstelling, acht de vakbond geen redelijke en/of bepaalbare periode. De OR is van mening dat er voldoende reden is tot uitstel van de OR-verkiezing.

Bemiddelingverzoek BC Markt II 15.002 (sector: welzijn)
In de organisatie vindt een reorganisatie plaats. Aan de OR is gevraagd in te stemmen met een voorgenomen besluit tot wijziging van een regeling op het gebied van aanstellingsbeleid. De OR heeft de gevraagde instemming onthouden en de nietigheid ingeroepen van het besluit om toch tot uitvoering van het voorgenomen besluit over te gaan. Het voorgenomen besluit houdt in dat aan maximaal drie fte. een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt aangeboden bovenop de in de reorganisatie afgesproken formatie. Het gaat om medewerkers die werkzaam zijn op tijdelijke projecten, waarvoor niet zeker is of er na zo´n project opnieuw een project met bijbehorende financiering beschikbaar is. Aanleiding tot het voorstel is de nieuwe ketenbepaling in de Wet Werk en Zekerheid (WWZ), die het de werkgever lastig maakt om dergelijke medewerkers op basis van tijdelijke contracten voor langere periode aan zich te binden. De OR is van mening dat de bestuurder met dit besluit een uitzondering maakt op het reorganisatiebesluit. Daarnaast is de OR van oordeel dat met dit besluit een financieel risico wordt gelopen in het geval aanvullende financiering uitblijft. Dit kan bovendien tot gevolg hebben dat er medewerkers moeten worden ontslagen, hetgeen gelet op het afspiegelingsbeginsel ook andere medewerkers kan treffen dan de medewerkers met de nieuwe vaste aanstelling.

Bemiddelingsadvies BC Markt II 12.019 (sector: dienstverlening)
Het geschil betreft de vraag of sprake is van een reorganisatie in de zin van de WOR. Aanleiding voor het geschil is het stopzetten van een van de projecten van de organisatie (door een externe opdrachtgever) waardoor de bestuurder zich genoodzaakt ziet een aantal werknemers te ontslaan. De OR is van mening dat er sprake is van een reorganisatie en heeft bestuurder erop gewezen dat er in dat geval een reorganisatieplan dient te worden opgesteld dat aan de OR moet worden voorgelegd voor advies. Naar de mening van de bestuurder is er geen sprake van een reorganisatie en daarom ook niet van een adviesplichtige situatie. Bestuurder beroept zich er op dat de betreffende situatie volgens de van toepassing zijnde cao geen reorganisatie is en dat het niet de organisatie zelf is, maar een andere organisatie die het besluit (stopzetten van het project) heeft genomen.

Bemiddelingsadvies BC Markt II 12.005 (sector: welzijn)
De bestuurder heeft in het kader van een reorganisatie eenzijdig een sociaal plan vastgesteld voor de periode van 1 januari 2012 tot 1 januari 2013, nadat de onderhandelingen hierover met de vakbonden waren vastgelopen. De OR is pas achteraf over het vastgestelde plan geïnformeerd. Het geschil ging aanvankelijk over de vraag of de OR instemmingsrecht toekwam. Maar gedurende de bemiddeling wijzigde dit in een beroep door de OR op het adviesrecht. De OR stelde daarbij dat de bestuurder het sociaal plan niet als onderdeel van
de adviesaanvraag over de reorganisatie had bijgevoegd en dat hij daardoor geen advies meer heeft kunnen uitbrengen over het sociaal plan en hier geen wezenlijke invloed op heeft kunnen uitoefenen.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.004 en M I 12.009 (sector: woningcorporaties)
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de OR recht van enquête heeft en indien dit het geval is of hij gerechtigd is een drietal onderzoeken uit te laten voeren zodat beoordeeld kan worden of een enquêteprocedure zinvol is. Los van deze vraag is er tussen partijen gesproken over de achterliggende periode en de gang van zaken binnen de onderneming. Deze periode heeft zich gekenmerkt door een toenemend gebrek aan vertrouwen tussen de OR en het bestuur waarbij vermoedens van (financiële) misstanden zijn ontstaan.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 11.021 (sector: drinkwatervoorziening) 
De Centrale OR (COR) heeft de medewerkers van de onderneming verzocht in te stemmen met een verlenging van de zittingstermijn van de COR omdat er op het moment een reorganisatie gaande was. Verzoeker, een werknemer, is het niet eens met de verlenging omdat hij zich zorgen maakt over de toekomst van de medezeggenschap binnen het bedrijf.

 

powered by sitecore