Trefwoord: Samenwerking

Bemiddelingsverzoek BC Markt II 16.004 (sector: welzijnssector)
Het betreft een intern geschil binnen een OR. Drie leden van de OR vormen samen het dagelijks bestuur (DB) van die OR. Verzoekers zijn leden van de OR die niet in het DB zitten. Zij vinden dat het DB te weinig doet om belangrijke onderwerpen, zoals een klokkenluidersregeling of een ARBO-regeling op de agenda van de OR te plaatsen. Bovendien verwijten zij het DB te veel in overleg te treden met de bestuurder en met hem te nauwe banden te onderhouden. Het DB overlegt vaker met de bestuurder dan met de eigen OR leden. Het DB geeft aan dat er goede redenen zijn waarom de onderwerpen nog niet zijn geagendeerd. Ook ontkennen zij te nauwe banden te hebben met de bestuurder. Het overleg dat zij hebben met de bestuurder zou uitsluitend agenderend en informerend zijn. Op hun beurt verwijt het DB verzoekers dat zij onvoldoende constructief zijn bij de behandeling van onderwerpen. Verzoekers zouden zich te veel op de wet en de procedures beroepen en te weinig bezig zijn met de inhoudelijke kant van onderwerpen die de OR in behandeling heeft. Daardoor wordt vaak veel tijd verloren en zou het in enkele adviestrajecten, waar de OR te maken had met een scherpe deadline, verkeerd zijn gegaan.

Bemiddelingverzoek BC MI 15.005 (sector: dienstverlening) 
Kern van het geschil betreft de toepassing van artikel 2, lid 2 WOR. Verzoekende partij (een vakbond namens een groep vakbondsleden binnen de organisatie) vraagt om een uitspraak over de rechtmatigheid van het bestaan van de OR binnen de organisatie, c.q. een advies gericht op het oplossen van de controverse hierover met de bestuurder. De bestuurder is van mening dat reeds aan het einde van 2013 de zittingsperiode van de OR van rechtswege eindigde aangezien het aantal werknemers op dat moment, uitgaande van de definitie in de WOR, onder het vereiste aantal van 50 was gezakt. De bestuurder constateert ruim een half jaar na het aflopen van de zittingsperiode dat er zijns inziens geen OR meer is, omdat de vorige OR van rechtswege is opgeheven. De organisatie had naar de mening van de bestuurder aan het eind van de zittingstermijn van de OR geen 50 werknemers meer.

Bemiddelingverzoek BC MI 14.008 (sector: dienstverlening) 
Dhr. X, lid van de OR, stelt sinds enige maanden een conflict / vertrouwensbreuk te hebben met (het DB van) de OR. Hij stelt dat de ontstane situatie door het DB is besproken met de ondernemer en dat daardoor (de verlenging van) zijn arbeidscontract onder druk is komen te staan. Verzoeker wenst via de procedure bij de BC Markt I een aantal zaken te bewerkstelligen waaronder excuses van het DB en het (rechtsgeldig) gaan gebruiken door de OR van het OR-reglement. De OR is van mening dat dhr. X niet in de OR functioneert en dat hij ernstig afbreuk doet aan het imago van de OR.

Bemiddelingsadvies BC MI 13.007 (sector: industrie)
Sinds het vormen van de PVT in 2008 is er volgens de bestuurder sprake van spanningen tussen de PVT en de bestuurder. Daarnaast hebben er zich meerdere situaties voorgedaan die er uiteindelijk toe hebben geleid dat de bestuurder het vertrouwen in de PVT (en met name in de secretaris hiervan) heeft opgezegd. De bestuurder is van mening dat de PVT zichzelf vooral ziet als een vertegenwoordiging van de productieafdeling en niet van het hele personeel. De bestuurder vraagt de commissie om advies hoe te komen tot een goede en gezonde samenwerking tussen partijen.

Bemiddelingsadvies BC MI 12.031 (sector: vervoer en logistiek)
Een OR-lid heeft een officiële waarschuwing gekregen omdat hij opruiend zou hebben opgetreden tegen het personeel van de onderneming en hen onder druk zou hebben gezet een handtekeningenactie te ondersteunen. De OR vindt dat het betreffende voorval plaatsvond in het kader van een achterbanraadpleging van de OR en vindt dat het betreffende OR-lid bescherming tegen benadeling geniet (artikel 21 WOR). De bestuurder is van oordeel dat de medewerker niet als OR-lid is aangesproken, maar als medewerker van de onderneming en dat daarom artikel 21 WOR niet van toepassing is.

Bemiddelingsadvies BC MI 12.023 (sector: energie)
De OR verzoekt de Bedrijfscommissie Markt I te bemiddelen in een tussen de OR en (de directie en de grootaandeelhouder van) de onderneming gerezen geschil over de invulling en nakoming van een tussen genoemde partijen gesloten convenant. De OR is bevreesd voor (mogelijke) belangenverstrengeling bij de nieuwe directeur van de organisatie die tevens directeur is bij haar grootaandeelhouder en meent dat de benoeming van deze nieuwe directeur in strijd is met hetgeen tussen partijen in het convenant daarover is opgenomen. Verweerder ziet geen goede gronden voor de bezwaren die de OR aanvoert tegen de benoeming van de nieuwe bestuurder van de onderneming.

Bemiddelingsadvies BC MI 12.013 en M I 12.015 (sector: vervoer en logistiek)
In dit geschil wordt de Bedrijfscommissie Markt I door een werknemer verzocht uit te spreken dat de OR gevolg dient te geven aan zijn verplichting tot het bekend maken van agenda’s en verslagen van vergaderingen, een en ander voor zover dit van de ondernemer of OR afhangt. De OR stelt dat hij op grond van zijn geheimhoudingsplicht niet dan wel in geringe mate gehoor kan geven aan de oproep tot bekendmaking van de verzochte stukken. Daarnaast heeft een verzoek van een collega-werknemer betrekking op de officiële samenstelling (omvang) van de OR en dat ook het reglement van de OR daarop behoort te worden aangepast.

Bemiddelingsadvies BC MI 10.009 (sector: dienstverlening)
Binnen de onderneming wordt een bonusregeling gehanteerd. Deze bestaat uit een individuele en collectieve component. Om de bonus vast te stellen werd normaliter in november een beoordelingsgesprek gehouden en de bonus werd in december uitgekeerd. Door een wijziging wordt het beoordelingsgesprek voortaan in januari gehouden en de bonus uitbetaald in maart.


powered by sitecore