Trefwoord: Uitvoering medezeggenschap

Bemiddelingsverzoek BC Markt I 17.004 (sector: dienstverlening)
Aanleiding van dit geschil betreft de vergoeding van de kosten van de door de personeelsvertegenwoordiging (PVT) ingeschakelde juridische bijstand (advocaat). De PVT hoopt dat de bemiddeling ertoe leidt dat de kosten voor die bijstand alsnog door de bestuurder worden voldaan. De bestuurder wenst deze kosten niet te betalen omdat het hem voorafgaande aan de inschakeling van de deskundige niet duidelijk was dat het om juridische bijstand zou gaan. Hij dacht te maken te hebben met de kosten van een externe pensioendeskundige en niet die van een advocaat. Hij voelt zich daardoor op het verkeerde been gezet. Hoewel aanvankelijk ook nog andere zaken waren aangedragen, beperkt de bemiddeling door de bedrijfscommissie zich op verzoek van partijen slechts tot de nog onbetaalde rekening van de ingeschakelde advocaat.

Bemiddelingverzoek BC MI 17.002 (sector: detailhandel)
Kern van het geschil vormt de wens van een werknemer dat de organisatie waarin hij werkt een OR instelt. Zijn werkgever is hiertoe op grond van de WOR verplicht, maar is tot dusverre in gebreke gebleven om aan deze wettelijke verplichting te voldoen. De werkgever meent gegronde redenen te hebben om het verzoek vooralsnog niet te honoreren. Er zou daarbij geen sprake zijn van onwil, maar van een gebrek aan animo voor een OR bij de werknemers van de organisatie.

Bemiddelingverzoek BC MI 15.005 (sector: dienstverlening) 
Kern van het geschil betreft de toepassing van artikel 2, lid 2 WOR. Verzoekende partij (een vakbond namens een groep vakbondsleden binnen de organisatie) vraagt om een uitspraak over de rechtmatigheid van het bestaan van de OR binnen de organisatie, c.q. een advies gericht op het oplossen van de controverse hierover met de bestuurder. De bestuurder is van mening dat reeds aan het einde van 2013 de zittingsperiode van de OR van rechtswege eindigde aangezien het aantal werknemers op dat moment, uitgaande van de definitie in de WOR, onder het vereiste aantal van 50 was gezakt. De bestuurder constateert ruim een half jaar na het aflopen van de zittingsperiode dat er zijns inziens geen OR meer is, omdat de vorige OR van rechtswege is opgeheven. De organisatie had naar de mening van de bestuurder aan het eind van de zittingstermijn van de OR geen 50 werknemers meer.

Bemiddelingsadvies BC M II 11.013 (sector: welzijn) 
Het geschil betreft een adviesplichtig besluit waarbij het advies van de OR niet is afgewacht.

powered by sitecore