Trefwoord: Vertrouwen / vertrouwensbreuk

Bemiddelingverzoek BC Markt I 17.007 (dienstverlening)
Binnen een organisatie bestaat een groot gebrek aan onderling vertrouwen tussen de OR en de bestuurder. Dit gebrek aan vertrouwen is mede ontstaan nadat de bestuurder een reorganisatie met gedwongen ontslagen had aangekondigd. De reorganisatie is inmiddels afgewend, maar de OR blijft een gebrek aan vertrouwen houden dat zich zowel op een groot aantal inhoudelijke dossiers manifesteert als in de onderlinge en bedrijfsbrede communicatie. Ook de bestuurder spreekt uit dat hij een gebrek aan vertrouwen heeft in de OR, mede op het terrein van het op prudente wijze omgaan met de kosten voor medezeggenschap. Partijen hopen ter zitting afspraken te kunnen maken om de relatie en samenwerking te verbeteren.

Bemiddelingsverzoek BC Markt I 17.004 (sector: dienstverlening)
Aanleiding van dit geschil betreft de vergoeding van de kosten van de door de personeelsvertegenwoordiging (PVT) ingeschakelde juridische bijstand (advocaat). De PVT hoopt dat de bemiddeling ertoe leidt dat de kosten voor die bijstand alsnog door de bestuurder worden voldaan. De bestuurder wenst deze kosten niet te betalen omdat het hem voorafgaande aan de inschakeling van de deskundige niet duidelijk was dat het om juridische bijstand zou gaan. Hij dacht te maken te hebben met de kosten van een externe pensioendeskundige en niet die van een advocaat. Hij voelt zich daardoor op het verkeerde been gezet. Hoewel aanvankelijk ook nog andere zaken waren aangedragen, beperkt de bemiddeling door de bedrijfscommissie zich op verzoek van partijen slechts tot de nog onbetaalde rekening van de ingeschakelde advocaat.

Bemiddelingverzoek BC Markt I 16.008 (sector: dienstverlening) 
De kern van het geschil is dat de OR op diverse onderdelen weerstand ervaart van de bestuurder, hetgeen de OR belemmert in zijn functioneren. Dit heeft met name betrekking op het aantal uren dat de OR beschikbaar wordt gesteld om zijn werkzaamheden te kunnen verrichten. Daarnaast geeft de OR aan dat hij geen verzoeken om instemming of advies ontvangt en dat hij wordt belemmerd in het kunnen uitoefenen van het initiatiefrecht. Bovendien geeft de OR aan te worden geïntimideerd door een van de bestuurders. De bestuurder bestrijdt het standpunt van de OR dat de directie gestopt is met het vergoeden van de uren voor OR-werkzaamheden.

Bemiddelingsverzoek BC Markt II 16.004 (sector: welzijnssector)
Het betreft een intern geschil binnen een OR. Drie leden van de OR vormen samen het dagelijks bestuur (DB) van die OR. Verzoekers zijn leden van de OR die niet in het DB zitten. Zij vinden dat het DB te weinig doet om belangrijke onderwerpen, zoals een klokkenluidersregeling of een ARBO-regeling op de agenda van de OR te plaatsen. Bovendien verwijten zij het DB te veel in overleg te treden met de bestuurder en met hem te nauwe banden te onderhouden. Het DB overlegt vaker met de bestuurder dan met de eigen OR leden. Het DB geeft aan dat er goede redenen zijn waarom de onderwerpen nog niet zijn geagendeerd. Ook ontkennen zij te nauwe banden te hebben met de bestuurder. Het overleg dat zij hebben met de bestuurder zou uitsluitend agenderend en informerend zijn. Op hun beurt verwijt het DB verzoekers dat zij onvoldoende constructief zijn bij de behandeling van onderwerpen. Verzoekers zouden zich te veel op de wet en de procedures beroepen en te weinig bezig zijn met de inhoudelijke kant van onderwerpen die de OR in behandeling heeft. Daardoor wordt vaak veel tijd verloren en zou het in enkele adviestrajecten, waar de OR te maken had met een scherpe deadline, verkeerd zijn gegaan.

Bemiddelingverzoek BC Markt I 16.003 (sector: metaal en techniek) 
Het geschil betreft de faciliteiten van de OR. Concreet gaat het onder meer om het aantal aan OR-leden toekomende uren voor onderling beraad en overleg, de regels betreffende de deelname aan (overleg) vergaderingen, scholingsuren en andere faciliteiten. De OR is van mening dat de in de wet toegekende faciliteiten als gevolg van een eenzijdig door de ondernemer genomen besluit onvoldoende zijn gewaarborgd. Voorts meent de OR dat de geboden faciliteiten onvoldoende zijn in het licht van de behoeften van de OR. De bestuurder wijst op onjuistheden in het verzoekschrift van de OR en acht het door de OR ingenomen standpunt gezien de aard en omvang van de onderneming buiten proportie. De bestuurder stelt zich op het standpunt dat zijn (voorgenomen) besluit redelijk is en dat op die basis een afspraak gemaakt moet kunnen worden met de OR.

Bemiddelingverzoek BC Markt I 14.008 (sector: dienstverlening)
Dhr. X, lid van de OR, stelt sinds enige maanden een conflict / vertrouwensbreuk te hebben met (het DB van) de OR. Hij stelt dat de ontstane situatie door het DB is besproken met de ondernemer en dat daardoor (de verlenging van) zijn arbeidscontract onder druk is komen te staan. Verzoeker wenst via de procedure bij de BC Markt I een aantal zaken te bewerkstelligen waaronder excuses van het DB en het (rechtsgeldig) gaan gebruiken door de OR van het OR-reglement. De OR is van mening dat dhr. X niet in de OR functioneert en dat hij ernstig afbreuk doet aan het imago van de OR.

Bemiddelingsadvies BC Markt II 13.001 (sector: culturele sector)
De bestuurder legt enkele OR-leden per brief een verbod op om relaties van de onderneming te benaderen over interne aangelegenheden van de onderneming, op straffe van ontslag op staande voet. Daarnaast meent de bestuurder dat de OR zijn geheimhoudingsplicht ex artikel 20 WOR heeft geschonden doordat de OR contact heeft gezocht met verschillende subsidieverstrekkers en een andere onderneming.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 13.015 (sector: groothandel)
De tussen de onderneming en haar werknemers op 1 januari 2008 in werking getreden pensioenovereenkomst betreft een uitkeringsovereenkomst die voorziet in een vastgestelde pensioenuitkering. In artikel 13 van de pensioenovereenkomst is bepaald of en hoe jaarlijks indexatie van de pensioenen plaatsvindt. De OR stelt dat het besluit van bestuurder, om de in artikel 13 lid 1 van de pensioenovereenkomst genoemde pensioenen over de periode 2009 tot en met 2012 slechts gedeeltelijk te indexeren, instemmingsplichtig is in de zin van artikel 27, lid 1, sub a van de WOR. Bestuurder heeft die instemming gevraagd noch gekregen.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 13.007 (sector: industrie)
Sinds het vormen van de PVT in 2008 is er volgens de bestuurder sprake van spanningen tussen de PVT en de bestuurder. Daarnaast hebben er zich meerdere situaties voorgedaan die er uiteindelijk toe hebben geleid dat de bestuurder het vertrouwen in de PVT (en met name in de secretaris hiervan) heeft opgezegd. De bestuurder is van mening dat de PVT zichzelf vooral ziet als een vertegenwoordiging van de productieafdeling en niet van het hele personeel. De bestuurder vraagt de commissie om advies hoe te komen tot een goede en gezonde samenwerking tussen partijen.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.030 (sector: industrie)
Het geschil betreft het (oneigenlijke) gebruik van camera’s in de onderneming, waarvan de OR stelt dat deze worden gebruikt als personeelsvolgsysteem. De OR geeft aan dat er geregeld klachten binnenkomen dat er camera’s worden gebruikt om medewerkers op hun gedrag aan te spreken. De OR stelt nooit instemming te hebben verleend voor het gebruik van camera’s voor andere doelstellingen dan het tegengaan van diefstal bij de uitgangen en het in de gaten houden van het productieproces. De bestuurder stelt dat de OR formeel juridisch niet (meer) in de positie verkeert om het gebruik van de thans binnen de organisatie aanwezige camera’s aan banden te leggen/te verbieden.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.013 en Markt I 12.015 (sector: vervoer en logistiek)
In dit geschil wordt de Bedrijfscommissie Markt I door een werknemer verzocht uit te spreken dat de OR gevolg dient te geven aan zijn verplichting tot het bekend maken van agenda’s en verslagen van vergaderingen, een en ander voor zover dit van de ondernemer of OR afhangt. De OR stelt dat hij op grond van zijn geheimhoudingsplicht niet dan wel in geringe mate gehoor kan geven aan de oproep tot bekendmaking van de verzochte stukken. Daarnaast heeft een verzoek van een collega-werknemer betrekking op de officiële samenstelling (omvang) van de OR en dat ook het reglement van de OR daarop behoort te worden aangepast.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.004 en Markt I 12.009 (sector: woningcorporaties)
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de OR recht van enquête heeft en indien dit het geval is of hij gerechtigd is een drietal onderzoeken uit te laten voeren zodat beoordeeld kan worden of een enquêteprocedure zinvol is. Los van deze vraag is er tussen partijen gesproken over de achterliggende periode en de gang van zaken binnen de onderneming. Deze periode heeft zich gekenmerkt door een toenemend gebrek aan vertrouwen tussen de OR en het bestuur waarbij vermoedens van (financiële) misstanden zijn ontstaan.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 10.009 (sector: dienstverlening)
Binnen de onderneming wordt een bonusregeling gehanteerd. Deze bestaat uit een individuele en collectieve component. Om de bonus vast te stellen werd normaliter in november een beoordelingsgesprek gehouden en de bonus werd in december uitgekeerd. Door een wijziging wordt het beoordelingsgesprek voortaan in januari gehouden en de bonus uitbetaald in maart.

Bemiddelingsadvies BC Markt II 10.003 en Markt II 10.004 (sector: welzijn)
Twee bemiddelingsverzoeken tussen dezelfde partijen zijn ingediend omdat enerzijds de bestuurder van mening is dat de OR van rechtswege eindigt na zijn termijn en anderzijds omdat de bestuurder de factuur niet wil betalen van de juridisch adviseur van de ondernemingsraad.


powered by sitecore