Bedrijfscommissie Markt I

Informatie over behandelde geschillen Markt I

In het verslagjaar heeft de Bedrijfscommissie Markt I negen verzoeken om bemiddeling ontvangen. Van deze zaken zijn er drie behandeld tijdens een bemiddelingszitting. In één geval is een oordeel uitgebracht zonder dat er een zitting heeft plaatsgevonden. Drie zaken zijn voor behandeling doorgeschoven naar 2016. De overige zaken zijn ingetrokken of waren niet ontvankelijk.

Binnengekomen verzoeken en wijze van afhandeling

Tabel met binnengekomen verzoeken en wijze van afhandeling

Casus: Wijzigen aanstellingsbeleid

Aan de orde is de vraag of de ondernemingsraad formeel nog bestaat, dan wel of deze van rechtswege is opgehouden te bestaan. In een organisatie is na afloop van de zittingsperiode een nieuwe ondernemingsraad samengesteld. De nieuwe ondernemingsraad verzoekt na de instelling om overleg met de bestuurder. Nadat dit overleg aanvankelijk om diverse redenen geen doorgang kan vinden, deelt de bestuurder ruim een half jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe zittingperiode mee dat hij van oordeel is dat het aantal in de onderneming werkzame personen onder de vijftig is gedaald en dat hij er daarom van uit gaat dat de ondernemingsraad, met toepassing van artikel 2, tweede lid, van de WOR, van rechtswege is opgehouden te bestaan. De ondernemingsraad is van oordeel dat de bestuurder ten onrechte verschillende personen niet meetelt, waardoor het aantal in de onderneming werkzame personen juist wel boven de vijftig ligt. Het geschil werd door een vakbond (namens een groep vakbondsleden binnen een organisatie) voorgelegd aan de Bedrijfscommissie Markt I.

De zitting

Tijdens de bemiddelingszitting is getracht een minnelijke schikking tussen partijen te bereiken. Er kon echter niet een voor beide partijen aanvaardbaar compromis worden bereikt. Om die reden heeft de bedrijfscommissie een advies gegeven over de oplossing van het geschil.

Het advies

De bedrijfscommissie constateert dat de nieuwe zittingsperiode van de ondernemingsraad duidelijk in gang is gezet middels het uitschrijven van verkiezingen en de daarop volgende benoeming van de ondernemingsraad. Voorts constateert de bedrijfscommissie dat de bestuurder zich er pas na ruim een half jaar op beroept dat de ondernemingsraad niet rechtsgeldig zou bestaan. Met betrekking tot het aantal personen dat in de regel in de onderneming werkzaam is, is de bedrijfscommissie van oordeel dat drie personen, waarover onduidelijkheid bestond of zij moeten worden meegeteld, daadwerkelijk als in de onderneming werkzame personen moeten worden beschouwd. Dit zou mogelijk anders zijn als was aangetoond dat zij ‘bestuurder’ zijn in de zin van de wet. Echter, niet is gebleken dat zij daadwerkelijk alleen of gezamenlijk de hoogste zeggenschap uitoefenen bij de leiding van de arbeid. Ook vertegenwoordigen zij de ondernemer niet in het overleg met de ondernemingsraad. Indien deze personen worden opgeteld bij de overige werkzame personen wordt voldaan aan het vereiste aantal van vijftig.
Gelet hierop komt de bedrijfscommissie tot de conclusie dat op het moment dat de verkiezingen werden uitgeschreven, en de nieuwe zittingsperiode begon, in de onderneming werd voldaan aan het getalscriterium in de wet. Geadviseerd wordt daarom de ondernemingsraad voor de resterende periode tot aan de nieuwe verkiezingen te continueren en door de bestuurder als zodanig ook te erkennen. Al naar gelang de concrete omstandigheden en personeelsomvang aan het eind van de huidige zittingsperiode zal op dat moment moeten worden getoetst hoe de volgende medezeggenschapsperiode er dient uit te zien en in welke vorm (ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging).

powered by sitecore