Verslag van werkzaamheden 2015

Via deze pagina’s brengen de bedrijfscommissies Markt I en Markt II verslag uit van hun werkzaamheden in 2015. De bedrijfscommissies ontvingen verzoeken tot bemiddeling vanuit commerciële ondernemingen (Markt I) en vanuit de sectoren zorg en welzijn, alsmede vanuit de overige sectoren op het gebied van sociale, culturele en maatschappelijke voorzieningen en belangen (Markt II). Verzoeken die niet tot een bemiddelingszitting leidden, konden in de meeste gevallen worden afgehandeld door een advies vanuit het secretariaat. Daarnaast heeft het secretariaat namens de bedrijfscommissies in het kader van de vraagbaak circa 200 vragen over medezeggenschap beantwoord. Sinds 2015 brengen de bedrijfscommissies niet meer elk afzonderlijk een verslag uit.

Dit verslag van werkzaamheden gaat in op de aantallen en de aard van de ingediende verzoeken, geeft een aantal voorbeelden van vragen en antwoorden die door de ‘vraagbaak’ zijn behandeld en gaat in op enkele ontwikkelingen met betrekking tot verbetering van kwaliteit, de bekendheid en de toegankelijkheid van de bedrijfscommissies.

Bekendheid

Ten opzichte van de periode tot en met 2013 is het aantal verzoeken om bemiddeling in 2014 en in 2015 afgenomen. Het kan uiteraard zijn dat er daadwerkelijk minder geschillen aan de orde zijn, maar waarschijnlijker is dat de afname van het aantal zaken voor een belangrijk deel wordt veroorzaakt door het vervallen in 2013 van de verplichte bemiddeling door een bedrijfscommissie, voorafgaande aan een beroepsgang bij de rechter.

Bovendien is het de bedrijfscommissie gebleken dat de mogelijkheid om een geschil ter bemiddeling aan de bedrijfscommissie voor te leggen, evenals de laagdrempeligheid en effectiviteit van de behandeling van zo’n geschil door een bedrijfscommissie, onvoldoende bekend is. Dat kan bijvoorbeeld komen door de regelmatige wisselingen in de bezetting van ondernemingsraden en door wijzigingen aan de kant van bestuurders. Kennis gaat dan verloren. Bovendien speelt nadrukkelijk dat kennis over methoden van geschilbeslechting alleen relevant is op het moment dat het actueel is, in geval van een geschil dus. Dit betekent dat het secretariaat, maar ook de werkgevers en werknemerspartijen die de commissies dragen, voortdurend actief moeten zijn om informatie over doel en werkwijze van de bedrijfscommissies te verspreiden om zodoende de naamsbekendheid te vergroten. Dit gebeurde in 2015 ondermeer met de publicatie van een aantal artikelen, deelname aan relevante evenementen en het actualiseren van de website.

In 2016 worden deze acties geïntensiveerd. Dit begint met het vernieuwen van de website, het voortzetten en intensiveren van PR door middel van deelname aan evenementen en het publiceren van artikelen (o.a. in OR Informatie). Daarnaast zal een korte animatiefilm worden geproduceerd, waarin beeldend wordt uitgelegd wat de bedrijfscommissie kan doen in geval van een geschil en hoe dat werkt.

De verwachting is dat de toegankelijkheid verbeterd kan worden doordat de mogelijkheid tot een versnelde procedure wordt voortgezet en uitgebreid. 

Joost van Herpen (voorzitter Bedrijfscommissie Markt I)

Ik weet zeker dat het werk van de bedrijfscommissie van groot belang is binnen het veld van medezeggenschap. Het oplossen van een geschil door er sámen uit te komen is altijd de beste oplossing. Ik zou het erg jammer vinden als geschillen in meer gevallen direct aan de rechter worden voorgelegd. Dat leidt misschien wel tot een beslissing met betrekking tot het geschil zelf, maar het leidt over het algemeen niet tot het dichter bij elkaar brengen van de partijen. Juist dat is nodig voor een duurzame en constructieve werkrelatie en dat is precies wat de bedrijfscommissie kan bereiken.
Joost van Herpen

Henriette Walma van der Molen (voorzitter Bedrijfscommissie Markt II)

De bemiddelingsprocedure van de bedrijfscommissie kan een waardevol middel zijn bij het oplossen van geschillen. Het feit dat werknemers- en werkgeversvertegenwoordigers, die vaak goed bekend zijn met de sector waarin het geschil zich afspeelt, deel uitmaken van de commissie, is bijzonder behulpzaam. Het maakt dat het voor de partijen die met elkaar van mening verschillen geen onbekende - laat staan vijandige - omgeving is waarin zij met elkaar proberen het geschil op te lossen. Niet alleen vanuit sectorkennis en het vermogen zich in te leven in beide posities, maar ook met behulp van hun juridische kennis en kennis van mediation, helpen de commissieleden met het verkennen en uitwerken van oplossingsrichtingen en stimuleren zij samenwerking daarbij. Dit heeft in de afgelopen periode in vele situaties al zijn waarde bewezen.
Henriette Walma van der Molen

 

powered by sitecore