Mogen tijdelijke werknemers worden uitgesloten van het recht zich verkiesbaar te stellen voor de ondernemingsraad?

Kunnen, op basis van artikel 6, vijfde lid, van de WOR, werknemers met een tijdelijke dienstbetrekking worden uitgesloten om zich verkiesbaar te stellen voor de ondernemingsraad?

Een airco repareren

Antwoord

De organisatie van ondernemingsraadverkiezingen behoort tot de verantwoordelijkheid van de ondernemingsraad. Daarover worden regels opgenomen in het reglement van de ondernemingsraad. In het reglement worden zaken geregeld met betrekking tot bijvoorbeeld de kandidaatstelling, de voorziening in tussentijdse vacatures en – indien daarvoor is gekozen – kiesgroepen. Reglementbepalingen mogen niet in strijd zijn met de wet. De wettelijke regeling van het kiesrecht is vastgelegd in artikel 6 van de WOR. Daar is tevens bepaald dat indien dit ‘bevorderlijk is voor een goede toepassing van de wet’ de ondernemingsraad van deze wettelijke regeling kan afwijken. De afwijkende bepalingen moeten dan in het reglement worden vastgelegd.
De WOR regelt in artikel 1, wie moeten worden begrepen onder de ‘in de onderneming werkzame personen’. Artikel 6, vierde lid, van de WOR biedt de ondernemer en de ondernemingsraad de mogelijkheid gezamenlijk ook anderen aan te merken als ‘in de onderneming werkzame personen’.

In beginsel krijgt een werknemer na een jaar in de onderneming werkzaam te zijn het passief kiesrecht (artikel 6, derde lid, WOR). De ondernemingsraad kan hiervan afwijken op grond van artikel 6, vijfde lid, van de WOR, mits dit bevorderlijk is voor een goede toepassing van de wet in de onderneming. De termijn van een jaar kan in het reglement zowel worden verlengd als verkort, en zelfs tot nul worden gereduceerd.
Met de diensttijdeisen voor het (passief) kiesrecht wordt beoogd dat de kiesgerechtigde werknemers voldoende op de hoogte zijn van het functioneren van de onderneming en de belangen van het personeel. Alleen als er omstandigheden zijn waardoor deze doelstelling in een kortere tijd (of pas na een langere tijd) bereikt kan worden, kan afwijking van de wettelijke termijnen bevorderlijk geacht worden voor een goede toepassing van de wet. Afwijking waarbij deeltijdwerkers geheel worden uitgesloten van het (passief) kiesrecht is in strijd met de wet.
Voorkomen moet worden dat er ongelijke behandeling plaatsvindt, bijvoorbeeld op grond van het al dan niet hebben van een tijdelijke arbeidsovereenkomst of de wekelijkse arbeidsduur. Dat is niet toegestaan.
Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar het SER Voorbeeldreglement ondernemingsraden (met name paragraaf 1.2.2 onder ‘Het werknemersbegrip in de WOR’ ), welke is te raadplegen op de website van de SER.

Het is uiteindelijk aan de rechter om te beoordelen of iets bevorderlijk is voor een goede toepassing van de wet in de onderneming (gelet op de omstandigheden van het geval).
Daarnaast kan er ook een rol zijn weggelegd voor de bedrijfscommissie. Verschillen de ondernemer en de ondernemingsraad bijvoorbeeld van mening over de vraag of bepaalde groepen personen al dan niet moeten worden aangemerkt als in de onderneming werkzame personen, dan kan de bemiddeling van de bedrijfscommissie worden ingeroepen.

powered by sitecore