Bedrijfscommissie Markt II

In 2017 zijn even veel bemiddelingszaken ingediend als in 2016, te weten vier. Verder is een zaak afgehandeld die al in 2016 was ingediend. Tijdens het verslagjaar hebben vier bemiddelingszittingen plaatsgevonden. Al deze kwesties hebben geleid tot een oordeel of advies van de bedrijfscommissie. In één zaak heeft geen bemiddelingszitting plaatsgevonden, maar is de kwestie op verzoek van partijen schriftelijk afgedaan. Ook in deze kwestie heeft de bedrijfscommissie partijen een inhoudelijk advies gegeven.

“Vraag je als onderneming af: hoe organiseren we samen de medezeggenschap tijdig?”

Henriette Walma van der Molen, voorzitter Bedrijfscommissie Markt II

Henriette Walma van der Molen

Binnengekomen verzoeken en wijze van afhandeling

  2015 2016  2017
Nieuwe bemiddelingsverzoeken 7 4 4
Doorlopend uit vorig jaar 0 1 1
Bemiddelingszittingen 3 3 4
Adviezen/oordelen 3 3 5
Op andere wijze afgedaan 2 1 0
Intrekkingen 1 0 0
Naar volgend jaar 1 1 0

 

Ter illustratie een voorbeeld van een bemiddelingsverzoek uit 2017

Casus: Verschil van mening over toepassing jubileumregeling in relatie tot de CAO

Binnen een organisatie voor kinderopvang geldt een attentiebeleid, waarbij uitkeringen worden verstrekt aan medewerkers die 5, 10 en 15 jaar in dienst zijn bij de organisatie. Dit beleid wordt ingetrokken door de bestuurder met als argument dat in de CAO Kinderopvang een soortgelijke bepaling is opgenomen. Van deze CAO mag – volgens de bestuurder – niet worden afgeweken. De ondernemingsraad is het daar niet mee eens. Hij is van mening dat een beleid dat in samenspraak tussen ondernemingsraad en bestuurder tot stand is gekomen, niet eenzijdig door de bestuurder mag worden ingetrokken. Beide partijen hebben extern juridisch advies ingewonnen over hun standpunt, met tegenovergestelde uitkomsten.

De zitting
Tijdens de zitting geven partijen aan vooral geïnteresseerd te zijn in het krijgen van helderheid omtrent de juridische kant van deze kwestie. Om die reden heeft de bedrijfscommissie zich tijdens de zitting minder toegelegd op het bemiddelen, maar zich vooral gericht op het verkrijgen van duidelijkheid over de inhoudelijke en juridische aspecten van deze kwestie.

Het oordeel/advies
De commissie constateert dat de CAO Kinderopvang een zogenoemde standaard-CAO is. Dat betekent dat van de tekst in de CAO uitsluitend mag worden afgeweken indien de CAO-tekst dat uitdrukkelijk toestaat. Op het onderwerp van de uitkeringen bij jubilea staat de CAO geen afwijkende regeling toe. Het CAO-recht houdt in dat regelingen die strijdig zijn met een standaard-CAO, nietig zijn. Dit betekent in het voorliggende geval dat de betreffende bepalingen uit het attentiebeleid, die betrekking hebben op de uitkeringen bij jubilea, van rechtswege zijn komen te vervallen en daarmee niet meer bestaan. Een en ander houdt in dat er geen sprake is van een voorgenomen besluit tot wijziging van een regeling, maar van een mededeling van de bestuurder dat uitvoering wordt gegeven aan de CAO (omdat dit in het verleden op een verkeerde manier plaatsvond). Er kan daarom ook geen sprake zijn van instemmingsrecht van de ondernemingsraad over het beëindigen van de huidige praktijk.

Tijdens de zitting heeft de bestuurder aangegeven op korte termijn te willen nagaan wat de consequenties zijn van het toepassen van de jubilieumregeling uit de CAO. Daarbij heeft hij aangegeven dat, mochten er middelen vrijkomen, hij bereid is na te denken hoe deze op een andere manier aan de werknemers kunnen worden besteed, een en ander uiteraard binnen de spelregels van de wet en de CAO. De bedrijfscommissie adviseert de bestuurder de besluitvorming over het bestemmen van deze eventuele middelen in overleg met de OR te laten plaatsvinden.

De bedrijfscommissie constateert bovendien dat het conflict tussen partijen is vergroot door de tegenstrijdige adviezen van hun respectievelijke (juridische) adviseurs. Dit is het gevolg van de omstandigheid dat partijen niet van tevoren onderling hebben overlegd welke juridische vraag zij ieder aan hun eigen deskundigen zouden voorleggen. Mogelijk is daardoor niet dezelfde vraag aan de adviseurs voorgelegd. In toekomstige gevallen, waarbij behoefte bestaat aan een (juridisch) advies, wordt partijen geadviseerd om gezamenlijk een vraagstelling te formuleren en die voor te leggen aan een of meerdere deskundigen. Eventuele geschilpunten kunnen dan in gezamenlijkheid, met ondersteuning van de ingeschakelde deskundigen, verder worden uitgepraat.

Samenvattingen bemiddelingsverzoeken / bemiddelingsadviezen

powered by sitecore