Scholing

    Scholingskamer

    In het verlengde van de wetswijziging van de WOR van juli 2013 is in de Verordening op de bedrijfscommissies 2002 erin voorzien dat vragen en geschillen over de redelijkheid of interpretatie van de toepassing van het wettelijk scholingsrecht (omvang, betaling etc.) door ondernemer en OR afzonderlijk of gezamenlijk kunnen worden voorgelegd aan de bedrijfscommissie waaronder de onderneming valt. De bedrijfscommissies hebben ter behandeling van deze vragen een scholingskamer ingesteld.

    Voor de behandeling van vragen en geschillen met betrekking tot het scholingsrecht is een speciale procedure in het leven geroepen met verkorte behandeltermijnen.

    Vraagbaak
    Vragen over de redelijkheid of interpretatie van de toepassing van het wettelijk scholingsrecht kunnen (liefst schriftelijk of per e-mail) worden gesteld aan de bedrijfscommissie. Deze worden zo snel mogelijk, doch in ieder geval binnen een week beantwoord. Bij vragen over de hoogte van kosten van scholing en vorming, betrekt de scholingskamer in haar oordeel de richtbedragen zoals die jaarlijks worden vastgesteld door de Sociaal-Economische Raad.

    Procedure behandeling scholingsgeschil
    De ondernemingsraad en de ondernemer kunnen, al dan niet gezamenlijk, geschillen over artikel 18, tweede en derde lid, en artikel 22, derde en vierde lid, van de WOR voorleggen aan de scholingskamer. De procedure van behandeling van dergelijke scholingskwesties wijkt op sommige punten af van de reguliere behandeling van bemiddelingsverzoeken. Bij indiening van het verzoek moet dan ook duidelijk blijken dat het een scholingskwestie betreft. 

    • Een geschil als bedoeld in artikel 18a Verordening op de bedrijfscommissies 2002 wordt schriftelijk (kan tevens elektronisch) aanhangig gemaakt. 
    • De scholingskamer stelt de wederpartij in de gelegenheid zijn standpunt ten aanzien van het voorgelegde geschil kenbaar te maken. 
    • De scholingskamer brengt binnen drie weken na de indiening van het geschil schriftelijk haar verslag van bevindingen uit waarin opgenomen haar oordeel omtrent de beslechting van het geschil. 
    • Indien de scholingskamer van oordeel is dat voor de behandeling van het voorgelegde geschil een zitting nodig is in aanwezigheid van partijen, belegt zij zo spoedig mogelijk maar niet later dan vier weken na indiening van het geschil een zitting, waartoe partijen worden uitgenodigd. Binnen twee weken na de zitting brengt de scholingskamer schriftelijk haar verslag van bevindingen uit waarin opgenomen haar oordeel omtrent de beslechting van het geschil. 
    • Met instemming van beide partijen kan de termijn voor het uitbrengen van het schriftelijke verslag van bevindingen met maximaal drie weken worden verlengd.

    powered by sitecore